‘Quit the mind and the soul will speak’

De laatste dagen voel ik onrust. Dat herken ik meteen. Het is een oude valkuil waar ik nog altijd in kan schieten. Zodra de omzet achterblijft, gebeurt er iets met me. De eerste maanden van het jaar zijn vaker wat rustiger, dus dat deel kan ik nog wel plaatsen. Maar als ook het tweede kwartaal niet echt op gang komt, dan begint het te knagen. Je zou denken dat ik daar na al die jaren ondernemerschap wat relaxter onder zou zijn. Helaas. Dan staat er in mij weer iets op dat ongeduldig wordt. 

Op zoek naar verklaringen 
Ik schiet dan al snel in de controle. Ik wil alles weten, alles snappen en vooral: alles verklaren. Mijn voelsprieten staan meteen aan. In de cijfers, in gesprekken, in de markt, in de organisatie. Alsof ik pas rust krijg als ik ergens kan aanwijzen wat er niet goed gaat. Tot nu toe is de conclusie alleen niet zo spectaculair. Onze processen zijn hier en daar wat stroperig en echte meevallers zijn er nog niet geweest. Verder doen we wat we hebben afgesproken. We zetten acties uit, krijgen mooie reviews en werken hard. Geen grote drama’s dus. Maar ook niet de duidelijke verklaring waar ik blijkbaar naar op zoek ben. 

Een spiegel uit onverwachte hoek 
Toen zei een jonge collega iets tegen me dat behoorlijk binnenkwam. Hij zei: hou eens op met klagen. Alles loopt toch zoals bedacht? Het lijkt bijna alsof je blijer zou zijn als we een fout hadden gemaakt. Dan kun je tenminste verklaren waarom het gaat zoals het gaat. 

Au. Maar ook: raak. 

Want daar zit wel iets. Ik vind het lastig als er geen duidelijke oorzaak is. Geen knop om aan te draaien. Geen heldere analyse waar ik mee verder kan. Ondernemen zonder volledig zicht voelt kwetsbaar. Alsof je je even niet kunt verschuilen achter ratio, cijfers of een strak plan. 

Wat eronder zit 
Als ik nog iets dieper kijk, zit er meer onder. Er zit ook bewijsdrang onder. De neiging om te willen laten zien dat ik het kan. Dat wij het kunnen. Maar nog sterker voel ik verantwoordelijkheid. Voor het team. Voor wat we met elkaar aan het bouwen zijn. Voor het fundament dat we neerleggen. We willen investeren, beter worden en in een competitieve markt het verschil maken. Dat vraagt iets van een mens. Lef, uithoudingsvermogen en vertrouwen. En juist als het spannend wordt, merk ik hoe snel ik in de actiestand schiet.   

Niet alles hoeft opgelost te worden 
Op zich is daar niets mis mee. Scherp zijn hoort erbij. Bijsturen ook. Maar doorschieten in controle helpt niemand. Anderen voor de voeten lopen trouwens ook niet. Leiderschap zit voor mij niet in alles kunnen verklaren. Leiderschap zit er misschien wel veel meer in dat je verdraagt dat je het even niet weet, en toch rustig blijft. Dat je niet krampachtig op zoek gaat naar een fout om jezelf gerust te stellen. Dat je blijft vertrouwen op het werk dat al verzet is. Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Mijn driftige versie heeft nog steeds regelmatig een grote mond.  

Vertrouwen als keuze 
Dus daar zit voor mij nu de oefening. Niet harder gaan duwen omdat het spannend voelt. Niet overal bovenop springen omdat ik onrust voel opkomen. Maar blijven bouwen. Blijven vertrouwen op de koers, op het team en op de basis die er gewoon ligt. 

Juist nu is het belangrijk om plezier te maken. Juist nu moeten we vieren als er wél iets moois binnenkomt. Juist nu moet ik zelf het voorbeeld geven in rust. Moedig vooruit dus. Met vertrouwen. En af en toe ook maar gewoon een beetje lachen om mezelf.  

Ik kies dus voor bouwen. Niet voor achteraf gelijk krijgen.